Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF6484

Datum uitspraak2003-02-21
Datum gepubliceerd2003-03-28
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Gravenhage
Zaaknummers02/750
Statusgepubliceerd


Uitspraak

Uitspraak: 21 februari 2003 Rolnummer: 02 / 750 KA Rolnr. rechtbank: 375513-3849 HET GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van STICHTING ZORG EN WELZIJN GROEP, gevestigd te Spijkenisse, appellante, hierna te noemen: Zorg en Welzijn, procureur: mr. dr. F.J. Sandee, tegen de werknemer, wonende te X, geïntimeerde, hierna te noemen: Werknemer, procureur: mr. A.R.M. van Deuzen. Het geding Bij exploot van 17 juni 2002 is Zorg en Welzijn in hoger beroep gekomen van het (tussen)vonnis van 19 maart 2002 door de rechtbank te Rotterdam, sector kanton, gewezen tussen partijen met Werknemer als eiseres en Zorg en Welzijn als gedaagde. Bij appèldagvaarding heeft Zorg en Welzijn een grief tegen het vonnis aangevoerd. In de memorie van antwoord heeft Werknemer de grief bestreden. Tenslotte hebben partijen arrest gevraagd. Beoordeling van het hoger beroep 1. Het hof gaat uit van de feiten zoals die door de rechtbank onder 2 van het bestreden vonnis zijn vastgesteld, nu die in hoger beroep niet worden bestreden. 2. Het gaat in deze zaak om het volgende. Zorg en Welzijn heeft bij brief van 31 januari 2001 - na verkregen toestemming van de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening - de arbeidsovereenkomst met Werknemer opgezegd tegen 19 februari 2001. In eerste aanleg vordert Werknemer een verklaring voor recht dat het ontslag per 19 februari 2001 onregelmatig was en de arbeidsovereenkomst pas per 1 maart 2001 is geëindigd, zodat de eindafrekening per laatstgenoemde datum dient te geschieden. Daarnaast vordert zij een schadevergoeding van ƒ 76.050,-- bruto op grond van kennelijk onredelijk ontslag. Zorg en Welzijn voert onder meer aan dat de vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag verjaard is. De rechtbank heeft geoordeeld dat Werknemer ontvankelijk in haar vorderingen is. 3. Het hof is van oordeel dat Zorg en Welzijn niet ontvankelijk is in het hoger beroep. De beslissing in het dictum dat Werknemer ontvankelijk is in haar vordering, maakt niet een eind aan een deel van het gevorderde, zodat het bestreden vonnis een tussenvonnis is en niet een (gedeeltelijk) eindvonnis. Artikel 337 Rv. bepaalt dat hoger beroep niet mogelijk is van tussenvonnissen, tenzij de rechter anders heeft bepaald. De rechter heeft in dit geval echter geen hoger beroep toegestaan. 4. Zorg en Welzijn zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De beslissing Het hof: - verklaart Zorg en Welzijn niet ontvankelijk in het hoger beroep; - veroordeelt Zorg en Welzijn in de proceskosten in hoger beroep, aan de zijde van Werknemer tot aan deze uitspraak bepaald op € 193,-- aan griffierecht en op € 998,-- aan salaris voor de procureur. Dit arrest is gewezen door mrs. In 't Velt-Meijer, Schuering en Husson en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 februari 2003 in aanwezigheid van de griffier.